skip to Main Content

Welkom bij Living Labels, waar we voorbij vooroordelen kijken en luisteren naar het menselijk verhaal achter de labels.

Mensen met een beperking zouden vaker hun mond open durven doen en voor zichzelf opkomen. Mensen zonder beperking zouden meer kunnen doorvragen naar wat hun gesprekspartner nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn.

PERSONALIA

Naam: Steven Dijkers
Geboortedatum: 28 februari 1988 (34 jaar)
Geboorteplek: Arnhem
Functie: Assistent administratief medewerker bij UWV
Hobby’s: muziek luisteren (favoriete bands onder andere: Two Steps From Hell & Shinedown), voetbal kijken (groot fan van Vitesse)

In deze collectie van persoonlijke verhalen komen geïnterviewden aan het woord over de stereotyperingen waar ze in het dagelijks leven mee te maken krijgen. Anderen plakken al snel labels op hen, maar vergeten vaak dat een mens niet samen te vatten is in één woord. Achter het label ‘Arbeidsgehandicapt’ zit Steven Dijkers, assistent administratief medewerker bij UWV. Hoewel hij merkt dat de samenleving steeds beter wordt ingericht voor mensen met een beperking, komt hij toch soms in onprettige situaties terecht.

Nee, ik heb geen probleem met het woord ‘beperkt’ of ‘gehandicapt’. Het maakt mij niet uit hoe je me noemt. Mocht iemand het negatief bedoelen, dan laat ik dat gewoon van me afglijden. Ik denk maar zo: hun mening doet er tóch niet toe. Soms moet je mensen gewoon laten lullen. Ze weten niet beter.

Waarom is jouw label ‘arbeidsgehandicapt’?

Ik heb een fysieke en een deels mentale beperking. De officiële term voor mijn conditie is hereditaire motorische en sensorische neuropathie (HMSN), een spierziekte waardoor je spierkracht afneemt. Ik heb zelf een milde versie. Mijn gewrichten zijn wat soepeler dan die van een ander en ik ben wat sneller moe. Je moet me bijvoorbeeld geen fysiek zwaar werk geven. Om goed met mijn ziekte te kunnen omgaan, ben ik wel zo actief mogelijk. In mijn jeugd heb ik bijvoorbeeld op judo gezeten. Mijn ouders hadden dit uit voorzorg gedaan om de verslapping van mijn spieren tegen te gaan. En ook een beetje zodat ik voor mezelf kon opkomen. Het was alleen niet helemaal mijn sport. Er zaten ook jongens bij die twee koppen groter waren dan ik, die kreeg ik echt niet omver.

Mentaal verwerk ik dingen wat trager dan anderen. Ik heb meer moeite met het verwerken van informatie.

Mentaal verwerk ik dingen wat trager dan anderen. Ik heb meer moeite met het verwerken van informatie. Als er bijvoorbeeld een moeilijk onderwerp aan bod komt en ik ben samen met mijn vrouw, dan neemt zij het woord. Dan luister ik mee en vul ik aan waar nodig.

Mijn vrouw en ik zijn sinds maart 2015 bij elkaar. We hebben elkaar leren kennen via Facebook. Zij deed mee met een datingshow op BNNVARA, dat nu The Dateables heet. In de aanloop daarnaar werd ze op de Facebookpagina van dat programma voorgesteld. Ze zag er leuk uit, dus heb ik toen op dat bericht gereageerd. Later heb ik privé contact met haar opgenomen en hebben we met elkaar afgesproken. In 2018 zijn we getrouwd en nu wonen we in Hengelo met onze twee zoontjes.

Mijn vrouw is rolstoelgebonden, omdat zij Cerebrale Parese heeft. Door spierspasmen spreekt ze wat langzamer en kan ze bepaalde fysieke dingen niet doen, zoals de luiers verschonen van de kleinste of hem optillen om hem te laten boeren. Maar dat zijn dan weer dingen die ik op me neem.

Aan mij kan je niet direct zien dat ik een beperking heb, daarom krijg ik er minder vragen over en heb minder te maken met vooroordelen dan mijn vrouw.

Zij komt soms in onprettige situaties terecht waarin ze met vooroordelen te maken krijgt. Mensen kijken nog weleens achterom als we voorbijlopen en in restaurants spreekt het personeel bijvoorbeeld eerder mij aan dan mijn vrouw. Toen we een keer uit eten gingen, vroeg de ober mij of ze ‘voor mevrouw wat te drinken konden pakken’. Alsof ze er niet bij was. Dan heb ik direct mijn antwoord klaar, want dat moeten ze aan háár vragen, niet aan mij. Ze kan er boos om worden als het gebeurt. En dat snap ik, want ze is ontzettend slim en zelfstandig. Maar we zijn onderhand gewend geraakt aan dit soort vooroordelen. Misschien zijn we er een beetje overheen gegroeid.

Aan mij kan je niet direct zien dat ik een beperking heb, daarom krijg ik er minder vragen over en heb minder te maken met vooroordelen dan mijn vrouw. Mensen denken dat je een beperking altijd aan iemand kan zien, maar dat is een rare manier van denken, toch? Want hoe ziet een gehandicapt persoon eruit? Er zijn namelijk zoveel soorten beperkingen: fysiek, mentaal, visueel. De lijst is lang en ieder persoon is verschillend. Het is niet iets dat me heel erg dwarszit, maar ik zou toch willen dat dit verandert. Eigenlijk is dat wat ik het vaakst hoor, dat je mijn handicap niet aan me kunt zien. Vanuit mezelf praat ik er ook niet constant over. Als mensen vragen stellen, ben ik zo open mogelijk. De raarste opmerkingen krijg ik nog over mijn afkomst, omdat ik half Indisch ben.

Voor mij is het eigenlijk hartstikke normaal dat iemand in een rolstoel zit of een beperking heeft. Veel van mijn vrienden zijn fysiek of mentaal beperkt. Ik heb ook vanaf de basisschool tot het vmbo op het speciaal onderwijs gezeten. Daardoor groeide ik op school op met veel verschillende klasgenoten, ook met kinderen die autisme hadden of kinderen die in een rolstoel zaten. Dus het was gewoon hoe het was.

Op het speciaal onderwijs heb ik een heel fijne tijd gehad. Ik had altijd vrienden en werd niet gepest. Op het speciaal voortgezet onderwijs werd al snel duidelijk dat ik kon doorstromen naar het beroepsonderwijs. Het enige probleem was dat ik niet precies wist wat ik wilde worden. Heel lang heb ik willen werken in de toerismesector, bij een reisbureau of als toergids. Maar op advies van mijn moeder heb ik dat niet gedaan. Ze heeft zelf in die sector gewerkt en zei dat het een kleine wereld was met weinig vacatures. Met een opleiding in de administratie zou ik een grotere banenkans hebben, zei ze. Ik was daarnaast goed in rekenen en boekhouden en dus koos ik na de middelbare school voor een mbo-opleiding boekhouden op een openbare school.

Het mbo was een cultuurschok. Tot dan toe had ik in de beschermde wereld van het speciaal onderwijs geleefd, in kleine klassen en met individuele aandacht. Ver van de boze buitenwereld. Maar het mbo was heel grootschalig. Je moest je eigen boontjes doppen. In de eerste twee jaar ging dat nog goed, maar daarna kwam ik in een dip terecht. Mentaal werd ik ook niet echt begeleid. ‘Waarom kan ik het nou niet bijbenen?’, heb ik vaak gedacht. In die tijd heb ik veel met mijn ouders erover gesproken. Het studieniveau bleek voor mij net iets te hoog gegrepen. Ik ben dezelfde studie blijven volgen, maar dan op een lager niveau. En toen ging het weer goed met de cijfers.

Na het mbo heeft een jobcoach mij geholpen bij het zoeken naar een baan en werkte ik als administratief medewerker in de ICT en in de bouw. Maar vaak was de match er niet. Vooral in de bouwsector lag mijn karakter niet op één lijn met dat van mijn collega’s. Die hadden vaak een grote mond en een klein hartje, terwijl het bij mij net andersom is.

Ik ben heel blij dat ik hier nu werk. UWV is echt een heel open bedrijf, waar collega’s met me meedenken.

De samenwerking met de jobcoach liep ook niet heel lekker, dus op een gegeven moment stopte dat. Dat lag vooral aan mij. Ik was laks, misschien nog niet volwassen genoeg. Toen ik daarop werkloos werd, was ik gedwongen om snel zelfstandig te worden. In die tijd klopte ik bij UWV aan om te vragen of ze me konden helpen aan een betaalde baan. Daar ontmoette ik een arbeidsdeskundige met wie ik heel goed kon opschieten. Die belde me op een dag dat ze me een baan bij UWV kon aanbieden. Na een gesprek ben ik hier aan de slag gegaan.

Ik ben heel blij dat ik hier nu werk. UWV is echt een heel open bedrijf, waar collega’s met me meedenken. Ik kan altijd bouwen op mijn begeleiders, bijvoorbeeld als er iets fout gaat of als ik ergens mijn ei kwijt wil. En er wordt rekening gehouden met mijn beperking, bijvoorbeeld me stapsgewijs mijn taken uit te leggen. Ze hebben hier veel persoonlijke aandacht voor me.

Ik wou dat het bij alle werkgevers zo was, maar het gebeurt nog te vaak dat mensen bij voorbaat worden afgerekend op hun beperking, of hun huidskleur, of hun voornaam.

Ik wou dat het bij alle werkgevers zo was, maar het gebeurt nog te vaak dat mensen bij voorbaat worden afgerekend op hun beperking, of hun huidskleur, of hun voornaam. Terwijl deze mensen zoveel te bieden hebben. Ik denk dat het een ouderwetse instelling is en dat er generaties gaan aankomen waarin men elkaar meer als gelijke gaat zien. Daar ben ik wel van overtuigd. Alleen gaat het nog even duren tot het eerder gaat om kenmerken als kracht, talent en karakter.

Maar over het algemeen wordt de samenleving tegenwoordig wel beter ingericht voor mensen met een beperking. Zo merken mijn vrouw en ik dat er steeds meer rolstoelvriendelijke plekken zijn. We zien steeds vaker invalidetoiletten, ruimtes zijn gelijkvloers en goed toegankelijk. Toen we met het gezin naar Madurodam gingen, was het daar heel goed te doen.

Ook heb ik een seizoenkaart voor Vitesse en ga ik naar elke thuiswedstrijd in het Gelredome. Daar vind ik de plekken voor mindervaliden goed geregeld. Van vrienden begreep ik dat dat bijvoorbeeld in de ArenA minder is. Daar werden ze achter een doel gedropt en konden niet zoveel zien. Er zijn ook clubs waar iedereen die rolstoelgebonden is bij elkaar wordt gezet. Dan zitten de supporters van beide teams bij elkaar, wat niet zo leuk is.

Als je het mij vraagt, komen we dichterbij een gelijkere samenleving als we meer interesse in elkaar tonen en meer open tegen elkaar zijn. Mensen met een beperking zouden vaker hun mond open durven doen en voor zichzelf opkomen. Mensen zonder beperking zouden meer kunnen doorvragen naar wat hun gesprekspartner nodig heeft om zichzelf te kunnen zijn. Dat kan lastig zijn. Het is niet altijd gemakkelijk om open te zijn over je beperking. Sommige vrienden van mij hebben het niet graag over hun beperking. We kennen elkaars drempels, dus praten we er ook niet over. Belangrijk is dat je niet moet doordrukken als iemand niet openstaat voor dat gesprek. Maar mensen zonder beperking moeten ook niet bang zijn om te durven door te vragen.

Ben je blij met het leven zoals het nu is?

Ja, heel erg blij. Sommige mensen denken dat het alleen kommer en kwel is als je een beperking hebt, maar dat is niet zo. Dat wil niet zeggen dat alles rozengeur en maneschijn is en af en toe mag het wel benoemd worden dat je beperking niet leuk is. Maar voor het grootste gedeelte ben ik, net als anderen, gewoon een huis-tuin-en-keukentype.

Nu ontdek ik meer van de wereld om mij heen dankzij mijn auto. Daarmee kan ik gaan en staan waar ik wil, zonder afhankelijk te zijn van anderen.

Ik vind het bijvoorbeeld ontzettend leuk om naar concerten te gaan. En misschien wil ik meer van de wereld gaan zien. Een beetje wat het plan was toen ik nadacht over het werken voor een reisbureau. Nu ontdek ik meer van de wereld om mij heen dankzij mijn auto. Daarmee kan ik gaan en staan waar ik wil, zonder afhankelijk te zijn van anderen.

Eerlijk gezegd denk ik dat ik een saai leven heb. Als ik de verhalen lees van de andere personen die hiervoor zijn geïnterviewd, vind ik het soms heel heftig wat hen is overkomen. Eigenlijk heb ik niet zoveel meegemaakt, als ik er goed over nadenk. Ik ben nooit in een depressie beland of zwaar somber geraakt.

Door de jaren heen ben ik wel anders in het leven gaan staan. Vroeger noemde een leraar mij nog ‘de stille genieter’, een onopvallende jongen die altijd rustig in de klas zat. Maar dat ben ik niet meer. Ik ben veel opener, zelfstandiger, volwassener en mondiger geworden.

Benieuwd naar de andere verhalen?

Interview door Navin Bhagwat | Fotografie & Design door Sacha Verheij

Back To Top