skip to Main Content

Welkom bij Living Labels, waar we voorbij vooroordelen kijken en luisteren naar het menselijk verhaal achter de labels.

Geek zijn kan je veel brengen. Het heeft mij in ieder geval veel gebracht.

PERSONALIA

Naam: Ruben Brave
Geboortedatum: 21-07-1974 (48 jaar oud)
Geboorteplek: Amsterdam, Nederland
Functie: oprichter CEO Entelligence B.V. en initiator Stichting Dutch New Narrative Lab
Hobby’s: yoga en hardlopen, zang (klassieke muziek, bariton stem), beeldhouwen, films kijken (science fiction)

In deze collectie van persoonlijke verhalen komen geïnterviewden aan het woord over de stereotyperingen waar ze in het dagelijks leven mee te maken krijgen. Anderen plakken al snel labels op hen, maar vergeten vaak dat een mens niet samen te vatten is in één woord. Achter het label ‘Geek’ zit Ruben Brave, oprichter en CEO van Entelligence B.V., een incubator voor academisch ondernemerschap. Ruben heeft een positie in meerdere Raden van Toezicht en Advies van grote organisaties en werkgevers zoals SER Diversiteit in Bedrijf, Fonds Cultuurparticipatie, de Vrije Universiteit en Internet Society Nederland. Hierin maakt hij zich sterk voor innovatie en inclusie.

Ik hamer er in al mijn functies op dat diversiteit meer is dan de welbekende labels die te maken hebben met cultuur, etniciteit of sekse, maar dat we diversiteit in de breedste woord moeten benaderen om daadwerkelijk inclusief te zijn. En dus ook moeten openstaan voor bijvoorbeeld neurodiversiteit of diversiteit in sociale klasse. Als we dat niet doen, vrees ik dat we op een paradoxaal punt komen dat verschillende groeperingen in de samenleving die juist strijden voor diversiteit en inclusie elkaar zullen uitsluiten omdat ze blind zijn voor hun onderlinge overeenkomsten.

Daarom koos ik voor het label ‘geek’, een woord dat gebruikt wordt voor iemand die gepassioneerd is door wetenschap, technologie en onderzoek en interesses heeft die niet mainstream zijn.

Daarom koos ik voor het label ‘geek’, een woord dat gebruikt wordt voor iemand die gepassioneerd is door wetenschap, technologie en onderzoek en interesses heeft die niet mainstream zijn. Dat is niet iets wat aan de oppervlakte zit, maar hoe ik me van binnen voel.

Vroeger was Spiderman mijn grote held, een mede-geek uit een stripverhaal met wie ik me kon identificeren. Ik vond hem sympathiek omdat hij nooit zo zeker van zijn zaak was en twijfelde over het toepassen van zijn krachten. Een populaire quote uit de strips die toen grote indruk op me maakte was With great power comes great responsibility. ‘Met grote macht komt een grote verantwoordelijkheid’.

Ik zag een tijd geleden dat er een nieuwe Spiderman is. Het is niet meer Peter Parker zoals in het origineel, maar Miles Morales. Toen mijn jongste dochter Nova hem voor het eerst zag, zei ze verheugd dat hij op haar leek. Peter was namelijk een witte man, maar Miles heeft een Afrikaans-Amerikaanse vader en een Puerto Ricaanse moeder. Door haar reactie besefte ik het belang van herkenbare helden zodat mensen zichzelf in een nieuw narratief kunnen voorstellen. Ik investeer dus ook graag in projecten die dat bevorderen. Dat deed ik bijvoorbeeld in dit boek van Sentini Grunberg, Black Suns – Zwarte Zonnen. Dat is een Afro Science Fiction verhaal, met zwarte hoofdrolspeelsters.

Hij was meer dan de kleur van zijn huid.

Representatie is belangrijk, maar persoonlijk zag ik Peter Parker helemaal niet als ‘witte man’. Wat hem voor mij definieerde, is dat hij iemand was die anders was dan anderen en krachten had die hij inzette voor een betere wereld, voor die anderen. Hij was meer dan de kleur van zijn huid.

Door verbeeldingskracht kon ik me dus inleven in een karakter dat niet ogenschijnlijk op mij leek. Maar wat ik heel gevaarlijk vind, is dat er in het algemeen in de huidige samenleving een gebrek is hieraan. Het is gevaarlijk voor de mensen die anderen buitensluiten, maar ook voor de mensen die buitengesloten worden. Want als je jezelf niet kan voorstellen dat je een innovator of een held bent, dan zul je het ook nooit worden. En aan de andere kant is het met wat meer verbeeldingskracht ook minder verbazingwekkend dat bijvoorbeeld een zwarte vrouw De Kleine Zeemeermin is.

Omdat ik interesses had die afweken van die van de massa, werd mij verweten dat ik geen ‘echte Surinamer’ zou zijn.

Hoe was het om ‘geek’ te zijn in je jeugd?

Hoewel ik altijd heel erg gesteund ben door het warme gezin waarin ik opgegroeid ben, merkte ik dat het ervoor zorgde dat ik werd uitgesloten door de meeste Surinaams-Creoolse gemeenschappen. Omdat ik interesses had die afweken van die van de massa, werd mij verweten dat ik geen ‘echte Surinamer’ zou zijn. Of nog een stap verder: dat ik geen echte zwarte man was. Geen idee wat ze daarmee bedoelden, maar door dat verwijt en die verwachtingen limiteer je alleen maar de personen uit je eigen gemeenschap. ‘Opzouten!’, dacht ik dus wanneer ze dat zeiden. Ik wil tot op de dag van vandaag gewoon mezelf zijn. Als iets mij energie geeft, besteed ik daar graag mijn tijd aan.  Rond mijn tiende bouwde ik robots, had ik mijn eigen laboratorium thuis en las ik veel non-fictie. Voor een van de robots heb ik zelfs een prijs gewonnen, gekregen van Chriet Titulaer zelf op de Robotdag in Houten.

Die robots bouwde ik van oude spullen: radio’s, treinen en andere elektronica die ik kreeg van mijn buurman Jan de Wit. Maar nu besef ik dat niet iedereen een Jan de Wit heeft. Dat was een connectie die ik legde aan de buitenkant van mijn netwerk, die mij toegang gaf tot andere kennis en inzichten dan van mijn familie en vrienden. Die leg je niet makkelijk als je heel erg bezig bent met je eigen gemeenschap. Maar je vergroot zó je wereld door je interesses te volgen. En daarbij mensen te ontmoeten die er misschien anders uitzien dan jij, maar dezelfde emotionele binding hebben met een onderwerp of interessegebied.

Geek zijn kan je veel brengen. Het heeft mij in ieder geval veel gebracht.

Geek zijn kan je veel brengen. Het heeft mij in ieder geval veel gebracht. Zo was ik een van de eerste werknemers bij Planet Internet op de helpdesk, waar ik eigenlijk binnenkwam zonder echt verstand van computers te hebben. We hadden namelijk geen computer thuis omdat we het geld er niet voor hadden. Op kennis daarover zou ik het verliezen van de rest, dus ik moest op een andere manier verder komen. Ik kon wél goed schrijven, dus ik vroeg aan de oprichter van Planet Internet of ik een artikel aan hem mocht wijden. Dat wilde hij niet vanwege belangenverstrengeling, maar hij had wel een andere klus voor me. Ik mocht van hem de handleiding schrijven van Planet Internet. Die ging onder meer over wat het internet inhoudt en de etiquette. Dat boekje deed het heel goed en won een prijs, maar ik verwachtte er verder niets van. Ik had er ook maar heel klein mijn naam in geschreven.

Een paar jaar later fietste ik langs het oude kantoor van de Volkskrant aan de Wibautstraat en stapte ik daarbinnen met het idee voor een betaalde krant op internet. Dat vertelde ik in eerste instantie aan de portier daar. Die vond me kennelijk er wel netjes genoeg uitzien om serieus te nemen, dus die riep het toenmalige hoofd Internet erbij. Via hem kwam ik bij Paul Disco, de uitgever van de krant, terecht voor een gesprek. Toen ik mijn naam noemde, liep hij naar de boekenkast en trok hij die Planet Internet handleiding uit de kast. Hij noemde dat het beste boekje over het internet dat hij ooit had gelezen. Hij nam me voor vier maanden aan als plaatsvervanger van de toenmalige marketingmanager Caroline Reeders gedurende haar zwangerschapsverlof, en zo is het balletje gaan rollen. Ik heb de Volkskrant op internet uit mogen bouwen, heb de betaalde elektronische krant ontwikkeld, de eerste webshop voor hen opgezet en rapporteerde uiteindelijk direct aan de Raad van Bestuur.

Bij de Volkskrant was ik – achteraf gezien – in een hele progressieve bubbel terecht gekomen, met collega’s die heel erg ruimdenkend waren. (…) Dus ik heb lang gedacht dat racisme en discriminatie wel bestonden, maar dat het meer ‘iets van vroeger’ was. 

Bij de Volkskrant was ik – achteraf gezien – in een hele progressieve bubbel terecht gekomen, met collega’s die heel erg ruimdenkend waren. Ik was eigenlijk niet anders gewend, want bijvoorbeeld ook mijn beste vriend Silvan en zijn ouders hadden die instelling. Dus ik heb lang gedacht dat racisme en discriminatie wel bestonden, maar dat het meer ‘iets van vroeger’ was. Dat veranderde toen ik later een joint venture opzette tussen twee hele grote partijen. Tijdens dat proces ontmoette ik een bestuurder van de grootste voetbalbond in Nederland die tegen me zei dat ik 1-0 achterstond…omdat hij Surinamers haatte. Toen gingen er twee dingen door mij heen. Ten eerste ben ik geen Surinamer, maar een Nederlander met Surinaamse roots. Ten tweede vroeg ik me gewoon af waarom hij die emotie voelde. Dus ik heb het hem gevraagd en het kwam erop neer dat hij een keer een slechte ervaring had met iemand die uit Suriname kwam. Ik wist dat het racistisch was, maar ik deed het af als uitzondering.

De echte trigger kwam voor mij toen ik op een gegeven moment geconfronteerd werd met racistische opmerkingen vanuit mijn directe persoonlijke kring. Dat waren toch weer mensen die zichzelf als heel links en progressief profileerden. Discriminatie bleek zo dichterbij dan ik dacht. Naar aanleiding van wat er gebeurde in die tijd rondom het overlijden van George Floyd en Black Lives Matter ben ik een excellijst en mindmap gaan bijhouden van dit soort incidenten. Ik kwam uiteindelijk uit op 70 tot 80. Een hoop was ik al vergeten. Het is dat mijn beste vriend er een heleboel had onthouden. Misschien had ik het onbewust ontkend of verdrongen. EMDR-therapie heeft er uiteindelijk voor gezorgd dat ik geen energie meer kwijt ben aan het onderdrukken van die herinneringen. Het gaf me rust en stilte. Ik kreeg weer de energie die ik aan het begin van mijn loopbaan had, toen ik werkweken draaide van 80 uur.

Stel dat iemand vanuit onbewuste onbekwaamheid een racistische opmerking maakt. Cancel diegene dan niet meteen.

Bij recente zakelijke situaties waarbij racistische opmerkingen naar mij zijn gemaakt, heb ik in alle gevallen waarbij geen respectvol gesprek mogelijk bleek melding gemaakt bij het Meldpunt Discriminatie Amsterdam. In een aantal gevallen heb ik zelfs aangifte gedaan bij de politie. Tegen enkele personen lopen nu procedures. Het gaat mij er niet om dat ik gelijk krijg, maar het gaat om het aangeven van grenzen aan en sturen op bewustwording en een gedragsverandering bij de daders. Voor een gedeelte is het ook nieuwsgierigheid. Er is bij mij de drang om te onderzoeken hoe het rechtssysteem hiermee omgaat, want dat is volgens mij niet erop ingericht om artikel 1 van de Grondwet te handhaven. Ik zit er dus niet heel emotioneel in, maar wil leren waar de fouten in het systeem zitten die ervoor zorgen dat discriminatie onbestraft kan blijven.

Het thema van Diversity Day is dit jaar ‘Verschil Verrijkt’. Hoe sta jij daarin?

Daar ben ik het zeker mee eens. Je ziet in onderzoek dat organisaties die diversiteit ruimhartig omarmen innovatiever zijn en financieel beter presteren. Maar het streven naar meer verschil op de werkvloer brengt ook verantwoordelijkheid, namelijk de verantwoordelijkheid om de conversatie aan te blijven gaan. Stel dat iemand vanuit onbewuste onbekwaamheid een racistische opmerking maakt. Cancel diegene dan niet meteen. We moeten niet onderschatten hoe ongemakkelijk het is voor hen dat ze dat gezegd hebben. Vanuit hun positie moeten zij echter ook respecteren dat anderen aangeven dat een grens is bereikt. Maar dat respect en de capaciteit om te reflecteren op het eigen gedrag ontbreekt vaak, zeg ik uit eigen ervaring. En zo kom je nergens. Je moet als het ware ‘denken over hoe je zelf nadenkt’, eventjes een stapje terugnemen, bedenken wat je hebt gedaan en hoe je tot bepaalde gedachten bent gekomen. Maak de connectie met jezelf in dat proces en vanuit daar kun je een connectie met de ander maken.

Daarnaast kijken we heel erg naar discriminatie in termen van dader en slachtoffer, maar ik denk dat er ook aandacht moet zijn voor de omstanders, de bystanders, en wat zij doen. Zij zijn ook onderdeel van het systeem. Wat voor gereedschappen kun je hen aanbieden zodat zij kunnen bijdragen aan een veilige omgeving? Want voor hen is een racistisch incident vaak ook heel traumatisch.

Wat voor rol speel jij in deze conversaties?

Uiteindelijk zoek ik naar openingen om personen uit ondergerepresenteerde groepen op plekken te brengen waar ze normaal gesproken niet terechtkomen.

Daarom vind ik het belangrijk dat ik als een brug voor hen kan zijn.

Daarom vind ik het belangrijk dat ik als een brug voor hen kan zijn. Dat ik connecties kan maken met iedereen die een vorm van uitsluiting heeft meegemaakt en dat ik hen eventueel kan geruststellen dat zij het ongemak dat zij daarbij ervaren gerust mogen voelen.

Benieuwd naar de andere verhalen?

Interview door Navin Bhagwat | Fotografie & Design door Sacha Verheij

Back To Top