skip to Main Content

Welkom bij Living Labels, waar we voorbij vooroordelen kijken en luisteren naar het menselijk verhaal achter de labels.

Succes komt niet vanzelf naar je toe, anders zou iedereen wel miljonair zijn.

PERSONALIA

Naam: Beyhan Calim
Geboortedatum: 2 maart 1971 (51 jaar oud)
Geboorteplek: Kayseri, Turkije
Functie: Management Assistent bij ABN AMRO
Hobby’s: Reizen, wandelen, sporten, lezen, met vrienden afspreken

In deze collectie van persoonlijke verhalen komen geïnterviewden aan het woord over de stereotyperingen waar ze in het dagelijks leven mee te maken krijgen. Anderen plakken al snel labels op hen, maar vergeten vaak dat een mens niet samen te vatten is in één woord. Achter het label ‘Turks’ vind je Beyhan Calim, Management Assistent bij ABN AMRO. Beyhan kwam met haar ouders naar Nederland toen ze acht maanden was en woont al meer dan 50 jaar in de regio Rotterdam. Toch is ze in haar leven vaak ‘buitenlander’ genoemd.

De eerste keer dat ik doorhad dat ik gediscrimineerd werd, was op mijn veertiende. Dat was toen ik een bijbaantje wilde in een supermarkt in Kralingen. Voor als je het niet kent: Kralingen stond toen en nu nog bekend als de chicste wijk in Rotterdam. Mensen noemen het ‘best wel kak’. Goed, in die supermarkt werkte een vriendin van ons als vakkenvuller. Dat werk wilde ik ook doen, dus ik vroeg haar of ze nog mensen zochten. Ze keek me even aan en zei dat ze het voor me ging vragen. Maar dat ik er niet veel van moest verwachten, want ze zochten alleen ‘Nederlanders.’ Dus ik vroeg haar: ‘Nederlanders? Ik ben ook een Nederlander.’ Toen ze zag dat ik het oprecht niet begreep, zei ze het duidelijker. ‘Nee, échte Nederlanders. Blond en blauwe ogen.

Als mensen aan me vragen waar ik vandaan kom, dan zeg ik ‘uit Rotterdam’.

Dat kwam echt hard binnen. Mijn haar en ogen hadden misschien een andere kleur, maar ik voelde me een echte Nederlander. Nu nog. Als mensen aan me vragen waar ik vandaan kom, dan zeg ik ‘uit Rotterdam’. Ik kom uit een echte volksbuurt, zo’n buurt waar de buren ‘oma Boot’ en ‘oma Boer’ heten en je als kind altijd van iedereen een aai over de bol kreeg. Daar waren we niet anders. Als ik dan nog de vraag krijg waar ik écht vandaan kom, zeg ik dat mijn ouders uit Turkije komen en een groot deel van mijn familie daar nog woont. Ik heb een Turkse opvoeding gehad, maar ik heb in Nederland mijn leven geleid. Mijn ouders kwamen naar dit land toen ik acht maanden oud was. Hier ben ik gevormd.

Ik merk dat ik juist in Turkije als een buitenlander word behandeld. Daar voel ik me ‘die Europeaan’. Maar in Nederland gaat het vaak over dat ik Turks ben. Soms vragen mensen dat, gokken ze dat ik uit Turkije kom. Als ik dan van hen wil weten waarom ze dat denken, zeggen ze dat dat komt omdat ze horen dat ik soms lidwoorden verkeerd gebruik. Maar dat slaat nergens op. Als een witte Nederlander zich verspreekt, krijgen ze geen vragen over hun afkomst.

Hoe is dat gesprek met je vriendin van de supermarkt afgelopen?

Nou, zij zei dat ik geen kans zou maken. Maar ik was koppig, dus ik ging alsnog solliciteren. Toen werd ik afgewezen. Nog een keer solliciteren, nog een keer afgewezen. En ik mezelf maar telkens afvragen waarom, omdat ze geen reden hadden gegeven. Uiteindelijk ben ik heel eigenwijs op de eigenaar van de supermarkt afgestapt en heb ik hem op de man af gevraagd waarom ik niet werd aangenomen. En ook gewoon de vraag gesteld of het kwam doordat ik een buitenlander was, niet blond genoeg was. Hij wist niet waar ik het over had, en gaf me na ons gesprek een kans. Later kwam mijn zusje ook voor dezelfde supermarkt werken. En hebben we keihard ons best gedaan. Als oude collega’s uit die tijd me zien, zijn ze zo lief voor ons. Maar zeggen ze ook dat wij het als ‘Turkse zusjes’ zo goed gedaan hebben. ‘Hoe bedoel je?’, vraag ik hen dan. Ik heb gewoon gedaan wat ik moest doen. Niet omdat ik buitenlander ben.

Mijn vader vond dat we onszelf moesten ontwikkelen en niet achter moesten blijven. Want als je dat niet doet en wordt gediscrimineerd of in een hokje wordt geplaatst, dan heb je niets om mee terug te slaan.

Die mensen zien ons dan toch niet als Nederlanders, schiet dan door mijn hoofd. Maar dat is toch raar. Mijn vader heeft bijvoorbeeld gelijk een Nederlands paspoort aangevraagd toen we hier kwamen. Want hij vond dat als we naar een ander land zouden verhuizen, we daar ook moesten meedoen met alles. Dus bijvoorbeeld de taal leren en stemmen tijdens verkiezingen. Hij vond dat we onszelf moesten ontwikkelen en niet achter moesten blijven. Want als je dat niet doet en wordt gediscrimineerd of in een hokje wordt geplaatst, dan heb je niets om mee terug te slaan. Veel Turkse vrienden van hem vonden dat vreemd, zeiden dat hij daardoor afstand deed van zijn cultuur, en van de islam. Maar daar luisterde hij niet naar. Hij wilde per se een toekomst in het buitenland, omdat dat beter zou zijn voor zijn kinderen.

Beter in welk opzicht?

Hij wilde dat we gingen studeren en voor een groot bedrijf gingen werken. Anders dan hoe het vroeger was. Van oudsher waren er namelijk veel ondernemers in onze familie. Mijn oma zat jarenlang in de handgemaakte tapijten en bestuurde een bedrijf dat later werd overgenomen door mijn moeder. Wat ik bijzonder vond aan haar, was dat ze toentertijd vond dat vrouwen niet afhankelijk moesten zijn van hun man. In ieder geval niet financieel. Besef je wel, we hebben het over de jaren dertig. Toen was dat helemaal nog niet zo gewoon. Maar oma vond dat vrouwen op hun eigen benen moesten kunnen staan, zodat ze niet kleingehouden konden worden. Zonder die onafhankelijkheid zouden ze volgens haar ruwe diamanten blijven. Dus mijn oma leerde elke vrouw die ze kende tapijten knopen, ongeacht hun achtergrond. Ze kreeg wel tegenstand van mannen, die liever hadden dat hun echtgenotes dom bleven. Maar daar luisterde ze niet naar. Ze bleef doen wat haar goed leek.

Dus mijn vader heeft mijn zus en mij ook niet naar een huishoudschool gestuurd. Weet je wel, zo’n school die meisjes leerde huisvrouw te zijn. Mensen om hem heen hadden hem dat wel aangeraden, want het zou zijn gevaarlijk als meisjes met jongens in aanraking zouden komen op andere scholen. Maar hij hield vol, en zei dat hij ons naar de mavo of havo ging sturen. Ook weer vanuit het idee dat we niet economisch afhankelijk moesten zijn van een man, net zoals mijn oma mijn moeder had geleerd. Pak je diploma, zei hij. Dan kan je daar altijd nog op terugvallen. Hij vertrouwde ons daarin, maar was wel streng voor ons. Ik weet nog dat hij zei dat hij ons kaal zou scheren als we niet ons best deden. Dus ook al was ik niet zo van de boeken en meer van de praktijk, dankzij zijn aansporing ben ik zover gekomen en zit ik nu al 32 jaar bij ABN AMRO.

Vader van Beyhan

En je moeder, hoe stond zij daarin?

Mijn moeder had dezelfde instelling als mijn oma. Maar die heeft van kleins af aan mijn oma geholpen met het knopen van tapijten, waardoor ze niet naar school is gegaan en analfabeet was toen ze in de jaren zeventig naar Nederland kwam. Dat beviel haar niet, want ze merkte dat ze met een heleboel dingen niet kon meedoen. Ze kon hier bijvoorbeeld niet zelfstandig naar de dokter of de gemeente, of zich inschrijven op school. Ze wilde ook niet telkens afwachten of haar man of kinderen wel met haar mee konden om te vertalen. En achteraf gezien was het voor mij ook heftig dat ik met haar naar de dokter mee moest. Ze was zo’n sterk persoon voor mij, ik wilde haar niet ziek zien.

Nederlands leren lezen en schrijven was dus topprioriteit voor haar. Heel veel stond in het teken daarvan. Zo had ze met een van onze buurvrouwen afgesproken dat ze vier uur in de week voor haar zou schoonmaken. De extra afspraak die ze hadden gemaakt, was dat ze haar voor drie uur betaalde, en dat ze haar in dat andere uur Nederlands leerde praten.

Mensen zeggen nu weleens dat ik geen moslim ben, omdat ik geen hoofddoek op heb. Maar dat zegt niets. Ik vind dat zo kortzichtig. Geloof zit in je hart.

Moeder van Beyhan

Nu wist mijn moeder ook dat er bij ons in de buurt een buurthuis was waar ze taalcursussen aanboden. Dus mijn zus, moeder en ik gingen daar naartoe en zeiden tegen een van de begeleiders dat mijn moeder graag Nederlands wilde leren lezen en schrijven. Waarop die mevrouw aan ons vroeg of dat wel nodig was. Dat deed ze terwijl ze mijn moeder op een bepaalde manier aankeek, hoofddoek en al. Ik was toen zes jaar, dus ik zocht daar niet veel achter en vertaalde het voor haar. En mijn moeder werd vervolgens razend. Ze deed haar hoofddoek af en zei in het Turks dat ze haar eigen persoon wilde zijn, alles zelf wilde kunnen doen zodat ze niet zo afhankelijk was van haar man en kinderen. En wij vertaalden dat weer, huilend omdat we onze moeder overstuur zagen. Daarna hebben ze in buurthuis de Westerpoort in Rotterdam-West voor migranten een cursus Nederlands leren lezen en schrijven opgezet, allemaal omdat mijn moeder zo bleef aandringen.

Mijn zussen en ik hebben nooit een hoofddoek gedragen. Dat wilde mijn vader niet. Hij wilde niet dat wij buitenbeentjes werden in onze klas. Daarom mochten we ook broeken aan van hem, wat heel veel vriendinnetjes niet mochten. Zij droegen van die lange rokken met elastiek. Mensen zeggen nu weleens dat ik geen moslim ben, omdat ik geen hoofddoek op heb. Maar dat zegt niets. Ik vind dat zo kortzichtig. Geloof zit in je hart.

Als ouder voelde ik me machteloos. Ik moest ervan huilen.

Van mijn ouders heb ik geleerd dat je niet moet opgeven wanneer je hobbels op de weg tegenkomt. Want als je echt iets wilt, dan kom je er wel. Maar dan moet je niet halverwege afhaken. Het zijn lessen en instellingen die ik probeer over te dragen op mijn zoons.

Op wat voor manier?

Nou, ik zal je een voorbeeld geven. Toen mijn oudste zoon afstudeerde, was het zijn doel om te werken voor de grootste advocatenkantoren van het land. Maar hij werd keer op keer afgewezen. ‘Hoe kan dat?’, vroeg ik me af. Mijn man en ik hadden hem naar een school gestuurd die hoog aangeschreven stond, maar waar je honderden euro’s aan eigen bijdrage aan kwijt was. Via die school kwam hij op het gymnasium terecht, daarna is hij afgestudeerd aan de Erasmus Universiteit. Hij is altijd zo gedisciplineerd geweest, altijd serieus bezig. Maar ik zag hem steeds somberder en somberder worden door de afwijzingen. Als ouder voelde ik me machteloos. Ik moest ervan huilen. Dus we hebben in die periode veel met elkaar gepraat om de moed erin te houden.

Wat heb je tegen hem gezegd?

Dat hij in zichzelf moest blijven geloven en niet moest opgeven. Want succes komt niet vanzelf naar je toe, anders zou iedereen wel miljonair zijn. Uiteindelijk bleef hij het proberen, bleef hij solliciteren en vond hij een plek onderaan de ladder bij een verzekeraar. Hij heeft zich omhooggewerkt en nu is hij financieel expert bij HDI. Maar zijn weg was wel een stuk langer dan die van anderen.

Hoe zag jouw weg eruit?

Ik wist zelf heel lang niet wat ik wilde doen nadat ik mijn mavo had gehaald. Op een dag schoot het me te binnen: ik ga gewoon voor de bank werken waar ik ook mijn rekening heb. Heel kinderlijk en simpel, maar toen ik solliciteerde mocht ik op gesprek komen voor de functie baliemedewerker. De man met wie ik het gesprek had, deed me denken aan onze buuropa’s en -oma’s van vroeger. Hij wilde me een kans geven, maar zei er wel bij dat ik in een groep van tien aangenomen zou worden. Daarvan zouden maar twee na een jaar een vaste aanstelling krijgen. Ik zei toen tegen hem dat ik toch maar een jaar wilde blijven, maar van binnen wilde ik bewijzen dat ik een van die twee kon zijn. En aan het eind van het jaar kreeg ik die vaste aanstelling. En had ik het in die maanden zo naar mijn zin gehad, dat ik bleef.

Toen bekend werd dat ik een vaste aanstelling kreeg, begonnen de roddels. Anderen zeiden dat de bank alleen maar dat besluit had genomen omdat ze subsidie voor me kregen. Een subsidie om buitenlanders aan te trekken. Maar dat was niet zo. Onzin was het. Ik was er altijd als eerste, vertrok als laatste en meldde me nooit ziek. De mensen die waren afgewezen, waren types die gelijk twee weken ziekteverlof namen wanneer ze verkouden werden. Ik vond dat ze het eerst bij zichzelf moesten zoeken, voordat ze over iemand gingen oordelen. Maar ik begrijp het aan de andere kant wel. Dat soort beredeneringen waren voor hen een manier om hun pijn te verzachten.

Ik vond dat ze het eerst bij zichzelf moesten zoeken, voordat ze over iemand gingen oordelen.

Eerst trok ik me niet zoveel aan van dat soort opmerkingen. Ik dacht: het zal wel. Tijdens mijn werk aan de balie, kwamen er wel eens van die deftige oma’s binnen die zeiden dat ze niet door een buitenlander geholpen wilden worden. Ik zag dat niet als bedreiging of zo, maar ging er eerder luchtig mee om. Dan zei ik dat ik een extra koffiepauze nam, maakte ik er een grapje van. Die instelling veranderde toen ik hier op de Coolsingel ging werken. Toen kwam er op een dag een man terug die eerder geld had opgenomen. Hij beschuldigde mij ervan dat ik een deel van zijn geld had gepikt. Hij zou te weinig meegekregen hebben van ‘die buitenlander’. Gelukkig stond het hele proces op de camera, dus dat kon worden gecheckt.

Maar ik kreeg even geen adem door die beschuldiging. Ik was er kapot van. Mijn kinderen leerde ik dat ze geen gekke dingen moesten doen. Niet gokken, geen drugs, niet de wet breken. Want als je dat doet, zal het een vlek op je persoonlijkheid zijn. Bovendien een vlek op je carrière. Zelf moest ik denken aan mijn vader. Iedereen kende mij als die dochter die voor de bank werkte. Als ik door zoiets ontslagen zou worden, zou dat ook een smet op zijn blazoen zijn.

Daarna kon ik niet meer luchtig zijn over discriminerende opmerkingen. Als iemand dan zei dat ze niet door mij geholpen wilden worden, dan drong ik erop aan dat ze toch bij mij in de rij moesten staan. En deed ik extra mijn best, omdat ik die mensen wat wilde bewijzen. En mijn collega’s stonden achter me. Die zeiden tegen zo’n klant dat die niet geholpen zou worden bij het filiaal als ze niet met mij wilden spreken.

Ik heb me daarna ook steeds meer ingezet voor meer diversiteit en inclusie binnen de bank, ook toen het minder goed met me ging. Op een gegeven moment zat ik in een positie waarin ik zwaar onder stress stond. Dat werd zo erg dat al mijn zelfvertrouwen verloor en moeilijk kon eten. Ik verloor in totaal 15 kilo en mijn hartritme vertoonde afwijkingen. Toch kaartte ik toen bijvoorbeeld aan dat er te weinig diversiteit was onder de baliemedewerkers. Ik vond het belangrijk dat we een afspiegeling waren van de maatschappij, zodat klanten zich in ons zouden herkennen.

Onder mijn huidige manager Bart van den Tol ben ik weer de oude geworden. Mijn collega’s zeggen dat ik helemaal ben opgebloeid onder hem. En daar hebben ze gelijk in. Hij zei dat hij een parel in mij zag. Iemand moest mij alleen de kans geven om te shinen.

Bart is zelf homoseksueel. Daar kwam ik een paar maanden na mijn aanstelling achter. Hij sprak telkens over ‘mijn partner, mijn partner’. Dus ik vroeg op een dag naar zijn partner, ervan uitgaande dat dit een vrouw was. Of zij kinderen wilde. Toen stelde hij mij een vraag terug. ‘Waarom moet een partner altijd een vrouw zijn?’ Toen besefte ik het, en voelde ik me best wel opgelaten door mijn aanname. Daarna hadden we hele diepe gesprekken, over zijn jeugd en de mijne. Over worstelingen met onze identiteit. We zijn nu echt maatjes geworden, iedereen noemt ons ook wel het B&B-team. Sommigen vinden hem een hele strenge man, maar wij hebben zo’n klik.  Hij wil alleen maar goede dingen voor me en helpt me in mijn ontwikkeling. Hij ziet mij niet als ‘buitenlander’ en ik hem niet alleen maar als ‘gay’. We zijn gewoon twee mensen die elkaar helpen.

En zo zou dat ook moeten zijn. Het streven bij ABN AMRO is om een bedrijf te zijn waar iedereen kan zijn wie diegene is. En de bank geeft ons ook die ruimte, door bijvoorbeeld mee te denken over eetwensen en activiteiten rondom feestdagen. En dat vind ik fantastisch. Persoonlijk vind ik het belangrijk dat iedereen zich geaccepteerd voelt binnen het bedrijf, net zoals ik me geaccepteerd voel door Bart.

Ik ben niet een simpel label, maar gewoon Beyhan. Moeder, echtgenote en moslim.

Daarom vind ik het ook belangrijk dat mensen weten dat ik niet een simpel label ben, maar gewoon Beyhan. Ik ben moeder, echtgenote en moslim. Ik rook niet, drink niet en vast tijdens de Ramadan. Toen Pim Fortuyn werd doodgeschoten, heb ik ook gehuild. Ik draag altijd een amulet van het boze oog bij me en mijn held is Mustafa Kemal Atatürk.

Ik ben een Nederlander, een doorzetter en iemand die niet snel ‘nee’ accepteert. Als het leven een sneltrein is, zal ik er alles aan doen om daarin een plekje te bemachtigen. Ook al moet ik in de laatste wagon zitten. Ik ga mee, koste wat kost.

Als het leven een sneltrein is, zal ik er alles aan doen om daarin een plekje te bemachtigen. Ook al moet ik in de laatste wagon zitten. Ik ga mee, koste wat kost.

Benieuwd naar de andere verhalen?

Interview door Navin Bhagwat | Fotografie & Design door Sacha Verheij

Back To Top